Wat is klepschieten?

Bij het klepschieten mikken de schutters met een karabijn (kaliber zes mm) naar de klep (bolleke met steeltje). De schietstand bestaat uit een schietboom van respectievelijk twintig meter hoog en een aanlegpaal. De aanlegpaal staat op zes meter van de schietboom verwijderd. Het doel is een klep met met een diameter van 3 cm, 2.5 cm, 2 cm, 1.6 cm, 1.2 cm of 1 cm dat bovenaan de schietboom is bevestigd op een scharnier.

De schutters leggen bij het mikken hun geweer tegen de aanlegpaal en op ťťn van de drie pinnen, die als steun kunnen dienen. Als je de klep goed raakt, kantelt deze achterover. Met een optrekkoord wordt de klep opnieuw in de beginstand gebracht. Sinds 1995 zijn de kleppen voorzien van kogelvangers, wat veiliger is en beter voor het milieu.

Een officiŽle wedstrijd vindt plaats op een zondagnamiddag en wordt vooraf gegaan door een oefenwedstrijd op zaterdag. Tijdens de officŽle wedstrijden nemen tot 50 ploegen deel. Een ploeg bestaat uit zes schutters die elk, zes kogels afschieten op een klep van 3 cm. Enkel wie het maximum van 36 haalt, plaatst zich voor de volgende ronde. Bij gelijke stand wordt 'gekaveld' tot de winnaar bekend is. Klepschieten is een openluchtactiviteit vandaar dat de competitie plaatsvindt van maart tot augustus.